|
FALLA + MHEER = VAL-MEER
Ook te Val-Meer, gelegen ten zuiden van de heerbaan Tongeren-Maastricht, noteerde men diverse vondsten uit de Gallo-Romeinse tijd. Zo werden er op de Meerberg en in de buurt van de Bolderstraat restanten van Romeinse villa’s aangetroffen. De inhoud van een Romeins graf, ontdekt in 1866, staat thans te kijk in het Provinciaal Gallo-Romeins Museum van Tongeren; het betreft o.m. schotels, urnen en glaswerk.
|

|
Tot aan het eind van het Ancien Régime waren “Fall” en “Mheer” op administratief en juridisch vlak twee afzonderlijke entiteiten. De oudste vermelding van “Falla” dateert van 1147. “Val” was in de Middeleeuwen een Loonse heerlijkheid. In het Ancien Régime behoorde het tot het baljuwschap Bilzen. De lokale schepenbank, bevoegd voor de lagere en middelbare jurisdictie, ressorteerde voor wat de hogere rechtspraak betrof onder de buitenbank van Bilzen; laatsgenoemde fungeerde tevens als beroepshof bij eventuele betwistingen van de uitspraken van de Valse schepenen.
“Mheer” daarentegen vormde samen met Bolder een andere Loonse heerlijkheid die in de 14de eeuw eigendom was van het geslacht van Guygoven (cfr.Geogids Kortessem) en in 1588 verkocht werd aan de invloedrijke familie de Méan. Enkele leden van de familie de Méan werden in de Sint-Severinuskapel van Mheer begraven.
|
De autonomie van de tweelingparochie Val-Meer dateert uit het begin van de 19de eeuw.
Voordien waren Val en Meer dochterkerken of kapelanieën van de parochie Millen.
De erediensten werden weliswaar door dezelfde kapelaan verzorgd, maar beide beschikten over een kerkfabriek en een armentafel. Het tiend- en patronaatsrecht berustte bij het Sint-Martinuskapittel van Luik. Nu nog steeds worden er in de twee kerken van Val-Meer, de Sint-Stefanuskerk van Val (zaterdag om 18 uur en zondag om 10 uur) en de Sint-Severinuskerk van Meer (zondag om 8 uur), weekendvieringen gehouden. De Romaanse torens van deze gebedshuizen behoren tot de oudste monumenten van de regio. Tot de meest bekende inwoners van Val-Meer behoort ongetwijfeld Mgr. Kerkhofs, tussen 1927 en 1962 bisschop van Luik.
Twee gehuchten, een nederzetting
|

|
Op de Ferrariskaart, die de landschappelijke toestand omstreeks 1775 weergeeft, zijn Meer en Val twee duidelijke van elkaar gescheiden dorpen. In Meer waren de boerderijen geconcentreerd langs de Bergstraat en de Bodemstraat, met het Romaans-gotisch parochiekerkje centraal op de hoek van beide straten.
|
Val was een meer langgerekt en bochtig straatdorp met de Bampstraat en de Grotestraat als centrale as. Uiteraard tref je dan ook in het huidige Val-Meer (509 ha) langs hoger genoemde straten de oudste gebouwen en fraaiste boerderijen aan; meer dan eens zijn ze geheel of gedeeltelijk in mergelzandsteen uitgevoerd. Typisch is het voortdurend verspringend verloop van de rooilijn; dit verwijst naar een spontane ontwikkeling van het straatbeeld. In de loop van de 19de en de 20ste eeuw zijn de woonkernen van Meer en Val tot één dorpskom vergroeid, zodat je thans haast onopgemerkt van het ene naar het andere deel overgaat. Parallel met en ten oosten van de oude kernbewoning volgens de bochtige as “Bergstraat-Bampstraat-Grote-straat” ontwikkelde zich de jongste decennia een tweede woonzone met lintbebouwing langs de meer rechtlijnige as “Mgr. Kerkhofslaan-Verbindingsweg”.
Open fieldlandschap
Via een aantal brede glooiingen klimt het reliëf geleidelijk van ca. +100 meter in het noorden tot +141 meter in het zuiden.
Permanente waterlopen van natuurlijke aard zijn er op het krijtplateau te Val-Meer niet te bespeuren.
De fysionomie van het openfield-landschap dat zich rondom de dorpskom ontvouwt, is door de recente ruilverkaveling ingrijpend gewijzigd. Vooral de zgn. Kleine landschapselementen, zoals holle wegen, graften en andere botanische perceelsgrenzen zijn fors uitgedund. Deze thematiek staat centraal in de geotoeristische landschapswandeling in het zuidwestelijk deel van Val-Meer.
|