Parochie Informatie

Vlijtingen

Patroonheilige


St.-Albanus

Aantal inwoners


Vlijtingen telt ongeveer 2088 inwoners.
(Gegevens van 01.01.2008)

Korte geschiedenis
 

Met toelating van het gemeentebestuur van Riemst.
Bron: Pierre Diriken, auteur van de 'Geogids Riemst'.


Een prehistorische site

Op archeologisch vlak is Vlijtingen ongetwijfeld één van de meest boeiende deelgemeenten van Riemst. Vlakbij ligt immers Kesselt waar in de vallei van het Hezerwater meervoudige sporen van Neandertalers uit het Midden-Paleoliticum aangetroffen werden.

In het plaatselijk heemkundig museum zijn niet alleen vondsten uit de Gallo-Romeinse tijd tentoongesteld maar ook artefacten uit de Steen- en IJzertijd. Vooral hoog gelegen plaatsen zoals de Keiberg en de Lippenberg, alsook de omgeving van de GalloRomeinse heerbaan.

Tongeren-Maastricht, waarvan het tracé nog gedeeltelijk bewaard is, profileren zich als rijke archeologische vindplaatsen. Het feit dat er ook sporen uit de Merovingische tijd aangetroffen werden, bevestigt dat Vlijtingen terugblikt op een nagenoeg continue bewoning sinds het begin van de landname (d.i.ca. 5000 jaar geleden) na de Weichseltijd.

 

Onder de vleugels van Maastricht

Tijdens de Middeleeuwen en het Ancien Régime behoorde Vlijtingen, zowel op burgerlijk als op kerkelijk vlak,tot het invloedrijke domein van het Maastrichtse Sint-Servaaskapittel. Hierdoor kende het ten overstaan van de overige deelgemeenten van Riemst een aparte historische ontwikkeling. Net zoals ondermeer Zepperen, Mechelen-aan de-Maas , Grootloon, Koninksem, Sluizen en het naburige Hees was Vlijtingen één van de elf zgn. “banken” van dit Sint-Servaaskapittel. Deze dorpen werden als dusdanig voor het eerst officieel vermeld in 1139 toen Paus Innocentius II de schenking (11e eeuw) van deze dorpen door de Duitse keizer Hendrik IV aan de Sint-Servaaskerk van Maastricht bekrachtigde. Al deze dorpen stonden als vrije rijksheerlijkheden rechtstreeks onder het gezag van de Duitse Keizer en werden in de persoon van een kannunik-rijproost door het Sint-Servaaskapittel bestuurd. Voor wat Belgisch-Limburg betrof, waren het dus “enclaves” buiten de invloedssfeer van de graven van Loon, na 1366 de prins-bisschoppen van Luik.

Meermaals doch zonder resultaat hebben laatstgenoemden getracht deze enclaves aan hun gezag te onderwerpen.

Te Vlijtingen zetelden twee rechtbanken, nl. de lokale schepenbank en de “hoofdbank van Vlijtingen”. De hoofdbank behandelde, als centraal beroepshof voor burgerlijke zaken, de betwistingen omtrent de vonnissen en de uitspraken van de elf plaatselijke schepenbanken. Ze bestond uit afgezanten van de elf dorpen en vergaderde onder voorzitterschap van de graaf van Vlijtingen. Het statuut van vrije rijksheerlijkheid impliceerde ook dat de lokale schepenbank bevoegd was voor criminele en lijfstraffelijke misdaden en in die hoedanigheid zelfs de doodstraf (het halsrecht) mocht uitspreken. Hiertegen konden de veroordeelden enkel beroep aantekenen bij de keizerlijke hoven van Soiers en Aken; na 1573 moesten ze zich hiervoor wenden tot de commissarissen-deciseurs van Maastricht.

 

Een dorpskom met erfgoed

Er is een duidelijk verband tussen het reliëf en de ligging van de dorpskom. Laatsgenoemde ontwikkelde zich immers in het droog dal van het Hezerwater, dat volgens een nagenoeg rechte lijn in noordoostelijke richting naar de Maas afwatert. De Meer, het oude dorpsplein met de openbare drinkpoel, ligt precies op de concave dalbodem. Hier stonden indertijd het kasteel Daelhof, eigendom van het Sint Servaeskapittel, en het Blockhuis waar de “hoofdbank van Vlijtingen” vergaderde en de rijproost verbleef. Dit erfgoed werd bij de slag van Lafelt vernield en verdween nadien uit het dorpsbeeld. De Mheerstraat behoort samen met Sint-Albanusstraat ( de vroegere Kerkstraat met zijn fraaie pastorie), de Smisstraat, de Jodenstraat, de Erhemstraat en de Ophemmerstraat tot de oudste straten van het dorp.

Er waren eertijds tientallen boerderijen: het resterend patrimonium is geïdentificeerd door naam- en infobordjes die de Landelijke Gilde naar aanleiding van hun honderjarig bestaan in 1995 tegen de straatgevels aanbrachten. Mettertijd groeide Vlijtingen uit tot een komdorp met een min of meer orthogonaal netwerk van parallelle straten en onderlinge verbindingswegen. Als gevolg van een gestage woonuitbreiding  - zowel door inbreiding als perifere nieuwbouw (Simenonlaan, Bijsstraat, Molenweg, Panisveld) – zijn in en rond de dorpskom weinig hoogstamboomgaarden bewaard gebleven. De agrarische bedrijvenheid migreerde naar de rand van de dorpskom waar je nieuwe en moderne landbouwbedrijven, tuinbouw, serreteelt en laagstammige fruitplantages aantreft. De onmiddellijke nabijheid van de afzetmarkt Maastricht stimuleerde de verruiming van de agrarische activiteiten naar tuinbouw en fruitteelt.

 

Ellicht en Lafelt

Evolueerde Vlijtingen naar een uitgesproken woonforenzengemeente, dan bleef Ellicht een bescheiden landbouwgehucht met amper twee boerderijen. De gerestaureerde windmolen Winning aan de Ellichtstraat 8 dateert van 1821. Anders is het gesteld met Lafelt, bekend omwille van zijn veldslag in 1747. In dit straatgehucht, dat een eigen kerkje heeft, zijn enkele monumentale hoevecomplexen, o.a. de gerestaureerde”Merenborch Hoeve”(Iers-Kruisstraat 94) uit 1863 en de vierkanthoeve  ”Coenegrachts” aan de Iers-Kruisstraat 76 – 78, sfeerbepalend en indicatief voor het agrarisch verleden. Maar ook in Lafelt is het agrarisch duidelijk ondergeschikt geworden aan de woonfunctie. Nieuwbouw neemt stelselmatig uitbreiding , vooral aan de randen (richting N78) en langs de zuidelijke Omloopstraat.

Halverwege tussen Vlijtingen en Lafelt staat het Iers Kruis. Dit monument is niet alleen een ideaal aanknopingspunt voor de reconstructie van de “slag van Lafelt”, maar tegelijk een interessante panoramische uitkijkpost op de ruime omgeving. Ondanks alles blijven hoogwaardige teelten zoals tarwe en suikerbieten hier het  uitzicht van het openfield-landschap mede bepalen.

Inzake ruilverkaveling had Vlijtingen (883 ha) een primeur: het was immers de eerste Vlaamse gemeente waar een globale, gemeentelijke ruilverkaveling (1957 -63) verwezenlijkt werd.

Maar ook deze medaille heeft een minder prettige keerzijde: de ruilverkaveling zou mede oorzaak zijn van de overstromingen en wateroverlast die de inwoners van Vlijtingen sedertdien herhaaldelijk te beurt viel… De dorpskom is immers ontkiemd en gegroeid in het valleitje van het Hezerwater.

 

Demografie

Sinds het begin van de 20ste eeuw is het inwonertal verdubbeld, zodat Vlijtingen na Zichen-Zussen-Bolder de meest bevolkte deelgemeente van Riemst is. Op 01.01.2002 woonden er in Vlijtingen 2477 mensen; dit betekent een bevolkingsdichtheid van 281 inwoners per vierkante kilometer.

Het aandeel van Lafelt hierin bedroeg 456 personen.

Vlijtingen is een degelijk uitgeruste kern met heel wat winkels, diensten en voorzieningen.