|
Een vroege kolonisatie
In Vroenhoven vond men twee sites met artefacten van bandkeramiekers, nl. in Heukelom en in de buurt van de watertoren. De bandceramische culturen situeren zich in de prehistorie, meer bepaald in de Late Steentijd (ca. 5000 tot ca. 3000 voor Christus).
Het zijn de eerste sedentaire landbouwers in onze gewesten na de laatste ijstijd. Typisch voor hun cultuur zijn de handgevormde, half bolvormige potten met spiraalvormige of hoekige banden.
Ook de Gallo-Romeinse kolonisatie- overigens geenszins verwonderlijk aangezien het grondgebied zowel door de heerbaan Tongeren-Maatricht als de heerbaan naar Nijmegen doorkruist werd- liet meerdere sporen na, nl. een genivelleerde tumulus, restanten van een villa en een muntvondst.
Vroenhoven + Montenaken = Vroenhoven
|

|
Tot aan het eind van het Ancien Régime was “Vroenhof” de benaming van een graafschap wiens middeleeuwse geschiedenis zeer nauw met deze van het naburige Maastricht verbonden was. Hoe en wanneer dit graafschap ontstond, is niet precies geweten.
Algemeen wordt aangenomen dat het een kroondomein of koningsgoed was dat als een soort rijksheerlijkheid rechtstreeks onder de bevoegdheid van de Duitse keizer ressorteerde. Het graafschap Vroenhof omvatte Heukelom, Montenaken, de heerlijkheid Lenculen (gelegen binnen de wallen van Maastricht) en het dorp Wylre. In 1206 schonk de Duitse keizer Hendrik II dit graafschap samen met de stad Maastricht aan de hertog van Brabant. Het was een complete schenking aangezien het zowel de grondheerlijke als de hoogheerlijke (= de jurisdictie) rechten betrof. De schepenbank van Vroenhof, zetelend bij de oude Lenculenpoort te Maastricht, oordeelde dan ook volgens het Brabants wetboek en fungeerde tevens als beroepshof voor de lokale schepenbanken in de zgn. “redemptiedorpen.
|
Dit waren acht soortgelijke Brabantse enclaves (o.a. Nerem, Rutten, Veulen, Hoepertingen, Mopertingen) in het land van Loon die hun vrijheid door het betalen van een vaste jaarlijkse rente afkochten of redimeerden.
|
Tegen de vonnissen van de schepenbank van Vroenhof kon enkel beroep aangetekend worden bij de hoogste keizerlijke hoven van Aken en Wetzlar. Na de verovering van Maastricht in 1632 kwamen de soevereiniteitsrechten van het graafschap Vroenhof in bezit van de Staten-Generaal van de Verenigde Provinciën. Op kerkelijk vlak viel de kapel van Montenaken onder de bevoegdheid van de Sint-Pieter- en –Paulusparochie van Wylre, waar de landcommandeur van Alden Biesen het patronaatsrecht bezat.
|

|
Tegen de vonnissen van de schepenbank van Vroenhof kon enkel beroep aangetekend worden bij de hoogste keizerlijke hoven van Aken en Wetzlar. Na de verovering van Maastricht in 1632 kwamen de soevereiniteitsrechten van het graafschap Vroenhof in bezit van de Staten-Generaal van de Verenigde Provinciën. Op kerkelijk vlak viel de kapel van Montenaken onder de bevoegdheid van de Sint-Pieter- en –Paulusparochie van Wylre, waar de landcommandeur van Alden Biesen het patronaatsrecht bezat.
Heukelom daarentegen had geen eigen gebedshuis en was kerkelijk geïntegreerd in de parochie Herderen-Riemst.
Toen Limburg in 1839 in een Belgische en een Nederlandse provincie opgedeeld werd, werd ook het oude graafschap Vroenhof in tweeën gehakt. Montenaken en Heukelom noemden voortaan Vroenhoven. Aan de overkant van de landsgrens lag Oud-Vroenhoven (Wylre en Wolder), dat in 1919 administratief aan Maastricht werd toegevoegd.
Aan het Albertkanaal
|

|
Situeerden de bandkeramische nederzettingen zich bij voorkeur op de hogere reliëfs en was de Gallo-Romeinse bewoning vooral in de buurt van de meer noordelijk gelegen heerbanen geconcentreerd, dan ontstonden Montenaken en Heukelom als permanente nederzettingen van Frankische en Merovingische veetelers omstreeks de 6e-7e eeuw na christus. Tot een heel eind in de 20ste eeuw bleven het bescheiden landbouwdorpjes van het straatdorptype.
Dit gold a fortiori voor het meer geïsoleerde Heukelom waar nagenoeg alle oude boerderijen en zelfs een aantal huizen zo niet geheel dan toch gedeeltelijk in streekeigen mergelzandsteen zijn uitgevoerd.
|
|

|

|
Al neemt de woonfunctie ook hier langzamerhand en vooral aan de randen (cfr. De Kemstraat) uitbreiding, toch wist het bochtige Heukelomdorp zijn agrarische identiteit vrij gaaf te bewaren.
Na de aanleg van de woonwijk Krinkelsgracht zijn de dorpskom van Riemst en het Vroenhovense gehucht Heukelom nagenoeg tot één morfologische woonentiteit versmolten.
De Pastoor Counestraat was de centrale as van het grensdorp Montenaken. Enkele vierkanthoeven getuigen hiervan. De recente urbanistische ontwikkeling gebeurde logischerwijze in de richting van de N79 en dit onder de gedaante van een nog steeds aanzwellende lintbebouwing. Langs deze steenweg vindt je een aantal typische activiteiten die intrinsiek met het fenomeen “landsgrens” verweven zijn of waren. Aan het specifieke sociale verleden van zulke grensdorpen word je te Vroenhoven, op de hoek van de Lafelterweg en de Krijtstraat, symbolisch herinnerd door het standbeeld “ De Smokkeleire van Montenaoke” (1992). Het oostelijk deel van Vroenhoven wordt landschappelijk volledig beheerst door het Albertkanaal dat tussen 1930 en 1939 enkele tientallen meters diep in het krijtsubstraat uitgegraven werd.
Demografie
De splitsing van het graafschap Vroenhof in een Belgisch en een Nederlands deel verklaart de forse terugval van het inwonertal in 1839. Waar het inwonertal van de meeste Riemsterse deeldorpen na 1961 nog amper steeg en in enkele gevallen zelfs een lichte terugloop kende, noteerde men in het grensdorp Vroenhoven en in het centrumdorp Riemst een gevoelige aangroei.
Dit is, althans voor wat Vroenhoven betreft, vooral te wijten aan een niet geringe inwijking van Nederlanders. Op 01.01.2002 telde Vroenhoven 1636 inwoners, nl. 350 te Heukelom en 1286 in Montenaken, wat met een dichtheid van 220 inwoners per vierkante kilometer overeenkomt.
|