|
Gallo-Romeinse artefacten
Op basis van enkele fragmentarische vondsten van voorwerpen uit bandceramische culturen neemt men aan dat Zichen, Zussen en Bolder reeds enkele millennia voor het begin van onze tijdrekening bewoond waren. In de Gallo-Romeinse tijd werd er alvast mergelzandsteen ontgonnen voor de bouw van villa’s langs het heerbanennet op het oostelijk gedeelte van het Haspengouws krijtplateau.
Volgens sommigen is de Pietjesstraat, de verbindingsweg tussen Zichen en Eben, van GalloRomeinse oorsprong. Na de ruilverkaveling is het de enige holle aardeweg op het grondgebied van Zichen-Zussen-Bolder.
Zichen en Zussen
|

|
Tijdens de Middeleeuwen en het Ancien Régime waren de heerlijkheden Zichen en Zussen, voor het eerst officieel vermeld in 1139, nauw met elkaar verbonden. In tijden dat ze dezelfde grondheer hadden bv. in de 14e eeuw, hingen ze achtereenvolgens af van de families van Mopertingen (1357), van der Marck (1364) en Bruyst (1394) – hadden ze één schepenbank die het Loonse landrecht toepaste. Meestel waren ze echter van verschillende grondheren afhankelijk. In het kader van de Luikse burgeroorlogen tijdens de laatste decennia van de 15e eeuw had in 1482, nabij de verdwenen burcht aan de “Burchtstraat”, een militaire confrontatie plaats tussen de Maastrichtenaars en aanhangers van Evrard van der Marck. Bij dit treffen, ook wel eens de “veldslag van Zichen” genoemd, sneuvelden meer dan 500 soldaten. In 1509 verkocht toenmalige grondheer Evrard van der Marck Zichen en Zussen aan het kapittel van Sint-Servaas te Maastricht, dat reeds meerdere plattelandsdorpen in de omgeving bestuurde. |
De patronaats- en tiendrechten van de Zichense Sint-Pietersparochie waren in handen van de deken van het Maastrichtse Sint-Servaaskapittel. De Sint-Genovevakapel van Zussen was een kapelanie waarvan de bedienaar door de pastoor van Zichen aangesteld werd. Pas in 1843 werd Zussen een autonome parochie. Naar aanleiding hiervan werd de oude kapel door een nieuwe parochiekerk in neogotische stijl vervangen. De 14de-eeuwse, gotische Sint-Pieter-en –Laurentiuskerk van Zichen werd in de loop van de 19e en de 20ste eeuw ingrijpend verbouwd. Beide gebedshuizen bestaan integraal uit mergelzandsteen.
Bolder
Bolder, dat samen met Meer een andere Loonse heerlijkheid vormde, was lange tijd eigendom van het geslacht van Guygoven. In 1588 kwam het in bezit van de familie de Méan.
|
Bolder, dat samen met Meer een andere Loonse heerlijkheid vormde, was lange tijd eigendom van het geslacht van Guygoven. In 1588 kwam het in bezit van de familie de Méan.
Laatstgenoemde liet in de eerste helft van de 17e eeuw aan de Bolderstraat een monumentale kasteelhoeve in Maasstijl optrekken.
|

|
De schepenbank van Bolder ressorteerde onder het oppergerecht van Vliermaal, het belangrijkste beroeshof in het land van Loon. Het laathof van Arenberg, eveneens op het grondgebied van Bolder gelegen, volgde echter de Luikse rechtspraak en had de schepenbank van Luik als beroepshof. Bolder beschikte over kerk noch kapel. Voor het bijwonen van de erediensten en het ontvangen van de sacramenten waren de inwoners van Bolder dan ook aangewezen op de kerk van Zichen. In de Sint-Severinuskapel van het naburige Meer liggen diverse leden van de familie de Méan begraven.
Zichen-Zussen-Bolder
|

|
Bij de administratieve herindeling van ons land door het Frans bewind in 1796 fusioneerden Meer en Val tot de gemeente Val-Meer terwijl Bolder aan de oudere tweeling Zichen-Zussen werd toegevoegd. Deze drie-eenheid is op demografisch vlak uitgegroeid tot de dichts bevolkte deelgemeente van Riemst. Op 01.01.2002 woonden er in Zichen-Zussen-Bolder 2943 inwoners of 415 inwoners per vierkante kilometer. |
Mergelgrotten en kampernoeliekwekerijen
Diverse oude boerderijen, zoniet geheel dan toch gedeeltelijk in mergelzandsteen opgetrokken, benadrukken het landelijk karakter en het agrarisch verleden van dit dorp dat, zoals de naam het sugereert, oorspronkelijk uit drie afzonderlijke woonkernen bestond. Door de geleidelijke uitbreiding van de bewoning zijn deze kernen tot één urbanistisch geheel vergroeid. Zussen breidde vooral naar het oosten toe uit, Zichen ontwikkelde zich periferisch langs de verharde dorpsstraten en Bolder groeide aan via bestaande wegen en nieuwe woonstraten. Langs de in 1833 aangelegde Visésteenweg (N671) verdichtte gaandeweg de lintbebouwing: particuliere woningen wisselen af met winkels, handels- en horecazakzen, banken en bedrijven. Om het echte Zichen-Zussen-Bolder te ontdekken moet je echter deze transitweg verlaten en de “centra” van de traditionele nederzettingen opzoeken.
Zichen-Zussen-Bolder genoot in de eerste helft van de 20ste eeuw vooral bekendheid omwille van zijn kampernoelieskwekerijen in het ondergronds labyrint van de oude mergelgrotten. Na de tragische instorting van de Roosburgheuvel in 1958 – bij het Roosburgdrama werden 18 arbeiders levend begraven – schakelde men geleidelijk over op kampernoeliesteelt in bovengrondse loodsen, maar speelde men het monopolie kwijt. Omstreeks het midden van de tachtiger jaren werd de Dienst van het Mijnwezen belast met het karteren van de ondergrondse galerijen om zodoende de holten in die gebieden waar mensen onmiddellijk bedreigd zijn (woonzones en straten) op te vullen of te verstevigen.
|

|

|
Dit is inmiddels gebeurd. Bij het uitvoeren van de ruilverkaveling reserveerde men een gebied van ca. 12 ha, gelegen ten oosten van de ondermijnde dorpskom van Zussen, voor latere woonuitbreiding. Tussen de Kwartelstraat, de Emalerweg en Kaldersteeg is de ondergrond immers niet uitgehold en het gevaar voor instortingen nihil. Bij het krieken van het derde millenium rijst daar een nieuwe woonwijk- zowel sociale huisvesting als private woningbouw – uit de grond.
|